maandag 22 juni 2015

My kitchen rules

Ik kijk niet vaak naar tv-programma's waarin koken een wedstrijd is. Ik vind dat geschreeuw van de koks en het gehuil van de kandidaten vreselijk. Hoewel ik moet bekennen dat ik Australische versies van zulke programma's wel aardig vind. Die mensen zijn niet zo hysterisch. Ondanks dat ik dus wel eens een programma zie weet ik toch niet alle Engelse benamingen van veelvoorkomende termen en keukenattributen. Hieronder een handig overzichtje.

Veel voorkomende woorden in Engelse recepten
Acid > zuur
Assorted > gemengd/gesorteerd
Braised > gesmoord
Colander > vergiet
Condensed milk > ingedikte melk (volle koffie melk)
Deep fried > gefrituurd
Dice (cube) > blokje
Drop > druppel
Film > folie
Frying pan > braadslee
Frying-pan > koekenpan
Funnel > trechter
Garnished > gegarneerd
Genuine > naturel
Glazed > geglazuurd/geglaceerd
Grater > rasp
Jug > kruik of kan
Kernel > pit
Lard > reuzel (varkensvet)
Large spoon > pollepel
Lean > mager
Leaven > zuurdesem
Lukewarm (tepid) > lauw
Lid > deksel
Peeled > geschild
Pinch > snufje
Poached > gepocheerd
Puff pastry > bladerdeeg
Rolling pin > deegroller
Rusk > beschuit
Sausepan > braadpan of steelpan
Scales > weegschaal
Sediment > bezinksel
Skimmer > schuimspaan
Stock > fond
Thickened > gebonden
Tin foil > aluminiumfolie
Yeast > gist
Zest > schil of schors



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen